Tagarchief: kutdag

Klaagmuur

Ik voel me vandaag gefrustreerd.

Eigenlijk bijna elk jaar in december krijg ik een winterdip. Bovenop mijn ‘klimaatdepressie’ en andere ongemakken. In oktober en november zit ik nog volop in de ontkenningsfase, maar als Sinterklaas langs is geweest, ontkom ik er niet meer aan. Ik haat die korte donkere dagen! Ik heb last van negatieve gedachten en wat opgekropte woede. Ik ben niet vooruit te branden, voel veel weerstand, kom extreem moeilijk mijn bed uit, laat staan uit huis en in beweging. En kan daar flink van balen.

Ik trek me terug onder mijn dekens en verval in mijn valkuil van alles willen begrijpen en gefrustreerd raken dat het niet lukt.
Van de week las ik een stukje terug uit een oud puber-dagboek, ik was een jaar of 16. Ik beschreef een avondje bij de vrienden van mijn toenmalige vriendje. We speelden het spel ‘wie ben ik?’ waarbij iedereen een naam op zijn voorhoofd krijgt geplakt en je met ja-nee-vragen erachter moet zien te komen wie je bent. Iemand was mij en er werd gevraagd of diegene slim was. Toen zeiden ze van niet. Mijn hele avond was toen verpest. Dat was in die tijd best wel een dingetje voor mij: onzekerheid over mijn intelligentie.
Toen ik het terug las kreeg ik medelijden met mezelf. Ik ben heel lang bang geweest dat mensen me dom vonden en was bang om hele domme dingen te zeggen of dat ik dingen niet wist die ik eigenlijk wel hoorde te weten. Misschien is dat een van de redenen dat ik nu zo’n wijsneus ben geworden, omdat ik mezelf wil bewijzen.
Nu komt die onzekerheid nog steeds wel eens omhoog, maar meer op sociaal vlak en een klein beetje op moreel vlak (of ik wel een leuk en goed mens ben). Natuurlijk vindt niet iedereen dat en tegen die mensen zou ik willen zeggen:

Рік Санчез — Вікіпедія

Ik wil niet zielig doen of om bevestiging vragen. Ik wil alleen ook kunnen schrijven als ik me even niet zo positief voel. Hoort ook bij het leven vind ik (tot op zekere hoogte).

Ik heb geprobeerd er wat van te maken vandaag. Dat is niet helemáál gelukt. Tijdens het boodschappen doen heb ik me weer opgevreten om iedereen die verschrikkelijk in de weg liep.

Na mijn te uitgebreide lunch besloot ik met mijn grijpertje en wat vuilniszakken de buurt even op te ruimen. Ik moet toch even naar buiten in plaats van elke dag boeken te lezen over hoe de wereld in elkaar zit en hoe we deze beter kunnen maken/kunnen redden (in ieder geval niet door te gaan zitten chagrijnen) en gefrustreerd te raken omdat ik geen goed idee heb voor mijn ‘boek’. Het opruimen maakte me nog bozer: ‘Waarom gooien mensen zo achterlijk veel rotzooi op straat?! En ze vreten ook kilo’s chips, koekjes, marsen, twixen, skittles, blikjes energiedrink, cola etc etc. Wat een stelletje aso-goorlappen.
En wat heeft dit voor zin? Wat is überhaupt de zin van het leven? En wat ben ik eigenlijk hypocriet. Ik heb zelf ook veel te veel en veel te ongezond gegeten en wat ben ik gefrustreerd daarover dat het allemaal niet lukt. Gatverdamme.’

Ik droeg een koptelefoon met muziek en vermeed contact. Toch was ik stiekem bezig met al die oude mensen die beneden wonen en uit het raam staan te kijken of iemand nog iets verkeerd doet. Nu hebben ze allemaal kunnen zien dat ik best een goed mens ben 😉
Ook vond ik het leuk dat een man op de fiets naar me riep dat ik goed bezig was. Lichtpuntje. Dat soort dingen gebeurt niet als je binnen blijft zitten balen. Naar buiten gaan heeft altijd een aantal risico’s, onder andere geconfronteerd worden met onuitstaanbare mensen, maar je zou ook aangenaam verrast kunnen worden.

Ik moet zeggen dat ik er wel een beetje van opknap door even te zeuren en te klagen. Grappig is dat.