Het Midden Oosten gedecodeerd

Afgelopen week keek ik weer een aflevering van Tegenlicht, mijn nieuwe lievelingsprogramma.
De aflevering ging over het Midden-Oosten. Ik had al een boekje gekocht in het kringloop van Joris Luyendijk over dit onderwerp, omdat ik vind dat hij heel duidelijk en genuanceerd dingen uit kan leggen. Als aanvulling op het boek, wilde ik via deze aflevering meer weten over dit onderwerp. Blijkbaar werken de makers van tegenlicht en Joris Luyendijk graag samen, want ook in dit programma was hij het die zijn bevindingen over het onderwerp deelde. Eerder was hij ook in het programma te zien over de bankenwereld.

 

Ver van mijn bed- show
Het Midden Oosten is altijd een ver-van-mijn-bed-show voor mij geweest. Ik heb me er nooit in verdiept en het deed me weinig. Nu is de wereld kleiner geworden en de mijne groter en vond ik het wel eens tijd om iets te weten hierover.
Eerlijk gezegd begrijp ik er nog steeds erg weinig van. Ik vind het zeer gecompliceerde materie.
Het boek en het televisieprogramma zijn bovendien alweer 2 jaar oud en ik ben slecht op de hoogte van de ontwikkelingen in de tussentijd.

 

Verouderde informatie
De tijd gaat snel. 2015 is al een tijdje geleden.
Ik ben iemand die persoonlijk veel verwerkingstijd nodig heeft. Aan de ene kant wordt tegenwoordig vaak gezegd dat het goed is om zo veel mogelijk in het nu te leven en niet teveel in het verleden of in de toekomst. Nu kan af en toe in het verleden of in de toekomst kijken natuurlijk heel leuk zijn: Het ophalen van leuke (jeugd)herinneringen en het verheugen op dingen die in de toekomst nog te gebeuren staan.
Maar blijven hangen in het verleden en zorgen maken over de toekomst zijn dingen die we zo veel mogelijk moeten zien te vermijden, zo staat althans in alle zelfhulpboeken beschreven.
Maar van het verleden kun je leren en op de toekomst kun je je voorbereiden.
Mensen vragen zich wel eens af wat het nut is van het vak geschiedenis. Het verleden is immers geweest.
Maar onderdeel van je identiteit is ook je persoonlijke geschiedenis: je levensverhaal en je wortels.
Verder kunnen we vaak veel leren van hoe mensen in het verleden met moeilijkheden omgingen. Is het niet over de aanpak van je eigen problemen, dan wel over psychologie, sociologie, economie en eigenlijk alles wat mensen aangaat. Op die manier hoeft niet telkens het wiel opnieuw worden uitgevonden. Ik denk dat het belangrijk is om het verleden te erkennen. Zoals we bijvoorbeeld oorlogsslachtoffers herdenken. Leren van je fouten zou mooi zijn.
Al is de mens vrij hardleers. (ik ben niet de enige).

 

Journalisten verslaan de werkelijkheid?
Ik heb het boek nog niet uit, maar moet nu echt even stoppen want ik merk aan mezelf dat ik weer iets te lang ben doorgegaan. Toch heb ik alvast behoefte om er iets over op papier te zetten.
Het boek gaat eigenlijk vooral over wat Luyendijk heeft ervaren tijdens zijn correspondentenwerk in het Midden Oosten. Voor hij als correspondent aan het werk ging, had hij een romantisch beeld van de journalistiek: journalisten doen op objectieve wijze verslag van wat er in de wereld gebeurt. Dit bleek niet helemaal te kloppen.

 

Het conflict
Ik vind het echt een ingewikkeld verhaal, die oorsprong van het conflict en wat er nou eigenlijk precies aan de hand is. Dat is ook niet waar het in het programma en boek echt over ging.
Het had iets te maken met Joden die een eigen stuk land wilden in Palestina. Palestina is een gebied in het Midden Oosten dat bestaat uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Het land werd verdeeld tussen Palestijnen en Joden, maar er is altijd conflict blijven bestaan over het grondgebied en wie het toebehoort: De overwegend Islamitische Palestijnen of de overwegend Joodse Israëliërs.
Het conflict is op zn zachts gezegd nogal uit de hand gelopen. (dat is andere koek). Over stapels lijken en met inmenging van omringende landen.

 

Hoor en wederhoor
Een regel in de journalistiek is hoor en wederhoor. Dit betekent dat je ernaar streeft om beide kanten van een verhaal te verslaan. Israëliërs en Palestijnen zijn met elkaar in een conflict dus ondervraag je beide kanten. Maar vaak lukt dit in de praktijk niet. Dit heeft  naast de grote tijdsdruk te maken met een aantal andere zaken. Bijvoorbeeld de professionaliteit van het pr-beleid.

Een poging tot een vredesakkoord was in 2001 mislukt.
De Israëlische premier Sharon stond daarna op een vriendelijke, nette en rustige manier de pers te woord.
‘Wij willen graag vrede met het Palestijnse volk.’

De Palestijnse Arafat kan slecht Engels, er staan tolks om hem heen. Het is een bende: een gek met een theedoek op zijn hoofd. Hij roept: ‘It’s a crime!’ (Israël schendt het internationale recht) Het komt niet over.
Luyendijk vraag zich af:
Moet je dit als correspondent compenseren, decoderen? ‘Hij zegt dit, maar hij bedoelt eigenlijk dat.’ Maar hoe weet ik dat dan?

 

 

De witte plekken van de dictatuur

Een goede perswoordvoerder of een mediatraining zou ervoor kunnen hebben gezorgd dat Arafat beter uit de verf was gekomen, maar hij wilde geen woordvoerder, want een dictator heeft als primair doel om aan de macht te blijven. Een goede woordvoerder krijgt meer status en macht en kan dan kritiek gaan leveren op de dictator.

Bovendien bleek het werk van correspondent in het Midden Oosten vrijwel onmogelijk.
In een dictatuur wordt mensen de mond gesnoerd. Mensen durven niks te zeggen, mogen niks zeggen, mogen geen kritiek uiten op de dictator. Op die manier kom je nooit te weten wat de mensen ervan vinden. Er zijn geen opiniepeilingen, er is geen vrijheid van meningsuiting. Daar kunnen wij Westerlingen ons geen voorstelling van maken. 

 

 

Terreur en bezetting.

Israël bezette Palestina met een gewelddadig regime. Palestijnen pleegden terreur.
De Israëlische opvatting is dat terreur het probleem is.
De Palestijnse opvatting is dat bezetting het probleem is.

Ieder jaar zijn het aantal doden als gevolg van de Israëlitische bezetting minstens 3 keer zo hoog als het aantal Israëlische doden als gevolg van Palestijnse aanslagen.
Waarom dat zo slecht overkomt is omdat de beelden van de gevolgen van het terreur keihard binnen zijn gekomen op televisie.

 

Dilemma’s van een doorgeefluik.
Nieuws is altijd gefilterd en vervormd. Wat in beeld komt is altijd iets anders dan wat het lijkt.
Het is in ieder geval nooit volledig. Het wordt gemanipuleerd omdat betrokkenen de hele tijd in staat blijken om journalisten voor hun karretje te spannen.

Het nieuws is bijna per definitie partijdig. Alleen al de bewoordingen die je kiest zijn van invloed, de invalshoeken die je bekijkt en de selectie van feiten. Die keuzes zijn nooit neutraal. En altijd versimpeld. Je gaat mee in de nieuwsstroom van de persbureaus en maakt gebruik van de beelden die beschikbaar zijn.

Correspondenten krijgen opdrachten van de persbureaus: Er is iets gebeurd in Libanon, ga daar nu heen om verslag te doen. Het ging er meer om dat je ter plaatse was dan dat je op de hoogte was, vertelt Luyendijk. Het verhaal was al klaar, het beeldmateriaal lag klaar. Correspondenten werden in kuddes langs de woordvoerders gedreven die een standaard praatje hadden voorbereid voor de pers.

 

Bin Laden wint de media oorlog
Iemand die grote winst heeft geboekt met behulp van de media is Bin Laden.

Een boodschap als die van Bin Laden zou eigenlijk moeten worden gedecodeerd. Hij gebruikt beeldspraak die wij Westerlingen niet begrijpen.

De kern van zijn boodschap was:
‘Alle landen in de Arabische wereld zijn dictaturen. Het grootste deel van die dictaturen wordt gesteund door het westen. Zolang het Amerikaanse leger bij Mekka zit, zit ook die Saoedische dictator daar. Als wij iets proberen te doen tegen die dictator, grijpt het Amerikaanse leger in. Dus wij worden in feite bezet door de Amerikanen.’

Dat haal je nooit uit zo’n filmpje. Het is een baard met een jurk die zegt: ‘We gaan jullie allemaal afslachten in jullie bed.’ Bin Laden richt zich hier tot de Arabische achterban.
Hij heeft het Westen afgeschreven. Hij heeft wel via Al Jazeera een rechtstreeks kanaal tot die Arabische wereld.

Een Al Quaida terroristen opleiding kun je zo via internet volgen. Hij heeft een heel online netwerk opgezet met als doel: Het opzetten van alle moslims tegen niet-moslims.

Als wij in staat waren en bereid waren te begrijpen wat hij heeft te melden, dan hadden we allang een ander beleid.
Maar het laatste wat je wil als commentator is van enige sympathie te worden verdacht, dus hield je dit voor je en ging mee in de nieuwsstroom van de persbureaus.

 

Fake News
Tegenwoordig hoor je veel over Fake nieuws, ofwel leugens. Beeldvorming is op het televisiejournaal het belangrijkst. Vroeger dachten mensen dat wanneer ze naar het journaal keken, weer goed op de hoogte waren van wat er in de wereld gebeurt. Nu worden mensen steeds kritischer. Het nieuws is ook een vorm van entertainment, het moet boeien. Het verhaal moet in het wereldbeeld van mensen passen, anders gaat het er niet in.
Er moet ook beeld beschikbaar zijn bij een verhaal, want zonder beeld komt het niet over.

Wat van beide kanten gebeurt is dingen aandikken. De underdog wordt vaak sympathiek gevonden door mensen, dus proberen beide partijen zo zielig mogelijk te zijn. Een woordvoerder zegt: laat die lijken maar even liggen, want dat staat wel lekker dramatisch.

 

Meer openheid

Als je allerlei dingen niet weet, maar je zegt dat niet, gaan mensen denken dat wat op het nieuws komt aanzien voor de werkelijkheid.

Boze baarden in een clash of civilisations
Een in scene gezette opstand die in close up heel massaal lijkt.
De waarheid is dat we niet weten wat ze vinden. Journalisten zouden meer openheid hierover moeten geven: We doen een poging in kaart te brengen wat er valt te weten. Zo kunnen mensen een realistischer beeld ontwikkelen over wat het nieuws eigenlijk is.

Het is de vraag of het publiek klaar is om eerlijk onder ogen te zien hoe weinig we weten en dat we daar nooit objectief over kunnen zijn.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *