Interview – The sounds of one hand clapping

Uitgebreid interview met The Sounds Of One Hand Clapping (artiestennaam), gaat door het alledaagse leven als Berend.


Hoe was de afgelopen twee jaar voor jou?

Vooral in het begin van de Coronacrisis ging het bizar slecht met mij, maar dat had niet zoveel met Corona te maken. Twee jaar daarvoor, in 2018, brak er namelijk al iets bij mij los, wat voornamelijk veel oude pijn uit mijn kindertijd was. Dit vertaalde zich naar heftige PTSS-klachten. Het verwerken van deze gevoelens terwijl ik mijn leven op de rails probeerde te houden, voelde alsof ik aan het jongleren was met veel te veel ballen. Dat ging niet. Er kwam een hoop chaos en allerlei andere moeilijkheden boven op de oude pijn, en zo kwam ik uiteindelijk op het punt dat ik eind 2019 als het ware in de afgrond stortte; het ging heel snel bergafwaarts. Ik verloor mijn vriendin en het grootste gedeelte van mijn sociale kring viel weg. Op een gegeven moment kon ik niet meer bedenken waarom mijn leven überhaupt nog nut had. Zo was ik de eerste maanden van de crisis suïcidaal.
Een aantal maanden verder, in mei 2020, ging ik naar het zuiden van Nederland om dicht bij de natuur een Ayahuasca-ceremonie te beleven. Ik vond dat doodeng, maar voor mijn gevoel had ik geen andere keus, ik zag ayahuasca als mijn laatste redmiddel. Ik dacht: als dit me niet helpt, dan weet ik het ook echt niet meer. Gelukkig was maar een enkele sessie nodig om mij te verhelpen van mijn suïcidaliteit. De tijd daarna voelde logischerwijs daarom als hemel op aarde, gezien de hel waar ik net uit was gekomen. Helaas was deze fijne periode maar van erg korte duur, want nog geen vijf weken na mijn ceremonie gebeurde er iets zeer traumatisch, iets waar ik tot op de dag van vandaag mee bezig ben om van te herstellen en een plekje te geven.

De eerste klappen van deze gebeurtenis waren zo heftig dat ik niet alleen diezelfde zomer niet kon afstuderen, maar met het starten van het nieuwe schooljaar in september twijfelde ik of een tweede kans wagen nog wel zin had. Ik trok mijn hele studie in twijfel en langzaam maar zeker mijn hele bestaan. Kortom, ik was weer terug bij af. Ik werd weer zwaar suïcidaal.

Dit alles ging samen met de avondklok. Ik kwam deze periode sowieso amper mijn deur uit, maar desalniettemin heb ik de sfeer van deze tijd goed kunnen voelen. Zo zat ik s’ avonds veel in mijn raam, depressief naar buiten te kijken, hijsend aan een sigaret. Het was heel onwerkelijk om in zo’n staat van zijn de wereld van toen mee te maken; het voelde extra eenzaam en dystopisch.

Dat het niet goed met me ging was op het eerste gezicht te zien. Ik kan namelijk best wel een emotionele eter zijn. Toen ik eind 2019 voor het eerst ernstig suïcidaal werd reageerde ik daar op door bijna helemaal te stoppen met eten. Als knul van 1.78 was het niet best dat ik uiteindelijk niet veel meer woog dan 60 kilo. Zo’n tien maanden verder, tijdens de avondklok, gebeurde het tegenovergestelde. In korte tijd kwam ik bijna twintig kilo aan, boven op mijn streefgewicht.
Maar nu komt de regenboog in dit verhaal… In diezelfde periode, in de herfst van 2020, leerde ik een meisje kennen die ik nu mijn vriendin mag noemen. Zij is wat dat betreft de doorslaggevende factor geweest dat het ondertussen velen malen beter met mij gaat, omdat zij mij ertoe heeft bewogen weer met mijzelf aan de slag te gaan. Al ging dit geleidelijk. De eerste maanden dat ik haar zag liet ik haar namelijk niets weten van mijn worstelingen, angstig dat ze gillend weg zou rennen als ze te weten zou komen wat mij allemaal bezighield en wat ik op mijn schouders droeg. Het was fijn om met haar om te gaan, maar mijzelf helemaal blootstellen kwam nog veel te dichtbij. Hoe leg je iemand uit dat je eigenlijk uit het leven wilt stappen? Dat kan bijna niet, al helemaal niet iemand die je pas net kent.

De tijd verstreek en mijn 25ste verjaardag naderde. Die verjaardag, in februari 2021, voelde als een mijlpaal die ik me altijd heel anders had voorgesteld. Heel mijn leven had ik het streven om voor mijn 25ste alles wel een beetje op een rijtje te hebben, maar toen ik mijn persoonlijke omstandigheden onder de loep nam en op mijn tijd in deze wereld terugkeek, kon ik niets anders doen dan constateren dat alles in de soep was gelopen. Alles was stuk. ‘’What the fuck doe ik hier nog?’’

Zodoende had ik ergens in mijn achterhoofd de gedachte om op mijn verjaardag er een einde aan te maken. Daar is gelukkig niets van gekomen. In plaats daarvan kwam een hele lieve dame spontaan langs om mij te feliciteren, waardoor ik in tranen uitbarstte. Die avond heb ik keihard een potje zitten janken, zonder dat ik haar kon uitleggen waarom. Dat is uiteindelijk het kantelpunt voor me geweest. Het was toen dat ik mij namelijk realiseerde dat ik dingen beter af kon kappen met haar zolang ik niet bereid was om mijn verhaal te delen. De andere optie was om mijn muil simpelweg open te trekken en te ondervinden wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Ik koos uiteindelijk voor dat laatste. En dat heeft heel goed uitgepakt, want het gaat nu beter met me dan ooit.

Wat een heftig verhaal. En wat fijn voor je dat het nu beter met je gaat.
Wat was voor jou de impact van wat er in de wereld speelde? Of had je daar helemaal geen ruimte voor?

Alles wat ik persoonlijk meemaak mengt zich voor mijn gevoel automatisch met hoe ik de wereld om mij heen ervaar en hoe ik de wereld zie. Mijn persoonlijke gemoedstoestand dikte alles in feite dus heel erg aan. Alles wat ik zag gebeuren, dat raakte me. Ik denk dan ook dat ik niet kan zeggen dat ik geen ruimte had voor het leed wat ik om mij heen zag, zelfs als je er innerlijk geen plaats voor had moest je het wel ergens zien te parkeren; It was in your face. Zo heb ik zelf in ieder geval ook niets proberen te vermijden, ik wilde alles onder ogen komen te zien. Waar ik achter gesloten deuren mee aan het dealen was, mijn eigen lijden, ging hand in hand met wat ik op straat zag, op televisie hoorde, of op het internet las. Het voelde voor een hele lange tijd compleet hopeloos. Dat bleek uiteindelijk een cadeautje, want terwijl ik niet zo’n fan meer ben van de algemeen geaccepteerde betekenis van hoop, is er ook zoiets als de hoop die voortkomt uit de wanhoop. Die variant van hoop opende mijn ogen voor mijn directe omgeving. Daklozen die ik zittend vanuit mijn raam constant voorbij zag lopen werden bijvoorbeeld ineens mensen, zeg maar. Je weet wel, van die wezens met een ziel, enzo. Uiteindelijk zijn dit allemaal contacten van mij geworden. Mij om een euro vragen doen de meesten ondertussen niet meer––daar hebben ze er van mij genoeg van gehad lijkt het––wel vragen ze hoe mijn dag is, waarop we meestal een kort gesprek met elkaar aan gaan over hoe we ons voelen. Die kleine dingen maken mij blij.

Deze hele, verstrekkende crisis heeft zogezegd het besef bij me aangewakkerd dat het heel belangrijk is om op lokaal niveau met mensen in contact te zijn. Het maakt werkelijk uit wat je doet. Er is altijd iets wat je kunt doen, je kunt altijd voor iets of iemand wat betekenen, en het allermooiste is dan ook, zoals Anne Frank zei: je hoeft daar geen enkel moment voor te wachten, want je kunt direct beginnen. Zolang je iets doet met de intentie de wereld een stukje beter te maken, hoe klein ook, dan draag je bij aan een betere wereld. Nu heb ik niet het idee dat ik als enkel individu die daklozen moet redden, maar die ontmoetingen hebben mij wel tot diep in de vezels van mijn lijf bewust gemaakt dat we, hoe cliché het ook klinkt, allemaal mensen zijn. En dat we misschien niet met z’n allen door één deur hoeven te passen, maar dat we op z’n minst met elkaar moeten leren leven op deze aarde. De impact van deze crisis heeft mij dus vooral geleerd dat ik het beste mijn medemens kan toetreden zonder vooroordeel, opdat ik mensen daadwerkelijk mag zien zoals ze zijn.

Is er door de crisis veel veranderd in jouw leven?

Voor mijn gevoel zat ik vanaf 2018 eigenlijk al in lockdown. Ik was een soort kluizenaar, druk bezig met het verwerken van pijnlijke gebeurtenissen en oud verdriet. Dus nee, in die zin eigenlijk niet. De maatregelen hebben het slechts nog moeilijker gemaakt, de tijden werden daardoor nog eenzamer. Ik ging nog minder naar buiten en zou maar drie vingers nodig hebben gehad om mijn sociale contacten te tellen.
Mijn persoonlijke problematiek zorgde er dus voor dat de klap van Corona niet heel erg hard bij me aankwam; ik was vrij apathisch tegenover die uitbraak. Wat kan ik zeggen? Ik was suïcidaal. Ik herinner me dan ook dat ik ergens moest grinniken om het feit dat een huisgenootje waar ik destijds mee woonde al blikken bonen aan het verzamelen was, just in case. Tegelijkertijd vroeg ik mij direct af hoe zuiver de koffie eigenlijk was, het verhaal wat ons voorgeschoteld werd. Op het moment dat je niet meer wilt leven, kijk je op een hele gedesensitiseerde manier naar de wereld. Zo vond ik het in mijn suïcidale staat van zijn niet zo zeer heel schokkend, maar veel meer opmerkelijk toen ik een foto op ‘het nieuws’ voorbij zag komen van iemand in China die dood op straat lag. Die foto ging de hele wereld over. Toen dacht ik: de komende tijd gaan we heel veel meer foto’s zien van mensen die dood op straat liggen, anders geloof ik dit voor geen meter. Al jarenlang horen we dat China een heel eng land is dat schimmige spelletjes speelt en daarom niet te vertrouwen is, maar nu moest ik ineens blind vertrouwen op deze foto? Ik vond het bijzonder om te zien dat de NOS deze foto schijnbaar zonder twijfel het Nederlandse medialandschap in slingerde. Deze bevindingen plantte als het ware een zaadje in mijn hoofd en helaas heeft deze bodem sindsdien enorm veel water gekregen. Dit zaadje is dus uiteindelijk uitgegroeid in een totaal andere kijk op de wereld en dat heeft wat dat betreft alles in mijn hoofd helemaal op de kop gezet.

Maar voor de rest, voor zover mijn dagelijks leven eruitziet, heeft de crisis nauwelijks een effect gehad. Alle veranderingen in mijn leven van de afgelopen tijd komen niet door corona, maar doordat ik na jarenlange stilstand zelf weer in beweging ben gekomen. Al die veranderingen zijn dan ook verbeteringen. Zoals ik al zei, ik voel me nu beter dan ooit. Ik ben eindelijk begonnen met praten en ik heb in contact met een super goede regressietherapeut sprongen gemaakt waarvan ik niet eens wist dat dit überhaupt mogelijk was. Als ik terugkijk op mijn leven dan stuit ik op het ene ironische moment na de andere. De kers op de taart in dit alles is dat de situatie in de wereld nu echt sinds een aantal decennia op een dieptepunt lijkt te zijn, maar ironisch genoeg kan mijn eigen gemoedstoestand bijna niet beter.

Wat is er in jou veranderd?

Onwijs veel. Althans, ik heb dingen kunnen loslaten en verwerken die mij niet meer diende om bij me te dragen. Oude gedragingen, patronen, oude emotie of ideeën over de wereld of jezelf die eigenlijk niet meer op zijn plaats zijn. Daar verander je door, of beter gezegd: er blijft steeds meer van jouw eigen, echte zelf over––omdat je dingen die eigenlijk niet in jou thuishoren, loslaat. Zo ben ik steeds meer naar mijzelf toe gegroeid. Ik ben meer mijzelf geworden, meer in mijzelf verankerd. Dat heeft op de eerste plaats enorm veel rust gebracht en er ook voor gezorgd dat ik iets heb verweven wat ik in al mijn tijd hiervoor nooit had: geduld. Vroeger was ik altijd ongeduldig. Ik liep met zoveel pijn en zorgen rond dat ik onbewust zo snel mogelijk van alles af wilde zijn. Dit betekende dat als ik dacht dat ik met iets mijn traumatische bagage kon oplossen, dan wilde ik het zo snel mogelijk afhandelen. Maar het verwerken van trauma kun je niet forceren, noch kun je het haasten.

Inmiddels heb ik geleerd dat ik in dit alles daarom heel erg bij mezelf mag blijven, en bovenal mag vertragen. Want het helen van jezelf, anderen, en de wereld om je heen, is een enorm delicaat en dus kwetsbaar proces. Voor mij komt het daarom nu voornamelijk neer op vertrouwen: Dat alles loopt zoals het moet lopen. Ik mag vertrouwen hebben dat dingen zijn zoals ze moeten zijn. Als je het mij vraagt gebeurt in dit universum alles met een reden en verloopt alles op het juiste tempo, en dat geldt zodoende ook voor mij. Ik zie dat niet als een spirituele bypass, ik probeer niet te zeggen dat alles al perfect is en er daarom helemaal niets meer hoeft te gebeuren. Integendeel, ik denk dat er de komende tijd nog heel veel staat te gebeuren. Ik leef niet in de illusie dat we zo dadelijk met z’n allen rond een kampvuur vrolijk liedjes staan te zingen. Er is helaas vreselijk veel aan de hand en dus is er ook ontzettend veel te doen. Mijn punt is dat ik ondanks dit alles nu gelukkig geleerd heb om op een geduldige en bedachtzame manier voor mijzelf te zorgen. Dat is denk ik het meest belangrijke.

Wat heb je om je heen gezien aan impact van de crisis?

Toen ik suïcidaal werd zijn heel veel contacten verwaterd, verdwenen. Een hele grote groep vrienden is voor mij weggevallen. Het werd voor hen allemaal te veel. Sindsdien heb ik niet zo veel mensen meer om mij heen, bovendien ben ik enorm selectief geworden met betrekking tot wie of wat ik binnen in mijn cirkel laat komen, dus de impact van de crisis die ik heb gezien op de mensen om mij heen is vrij beperkt. Deze dagen onderhoud ik veelal alleen contact met mijn vriendin, beste vriend en therapeut. Die twee laatste dachten er vanaf het begin af aan al hetzelfde over als ik, maar mijn vriendin is wel een hevig transformatieproces door gegaan. Langzaam maar zeker begon ze ook vragen te stellen en voor ze het wist donderde ook heel haar wereld in elkaar. Zoals iedereen dat heeft, had ze het daar erg moeilijk mee. Dat was soms pijnlijk om te zien, ongeacht dat je allang weet dat iemand alleen maar sterker uit zo’n situatie kan komen.

Daarnaast kan ik wellicht wat delen over mijn familie. In ons gezin ben ik een beetje het zwarte schaap. Sinds de crisis worden er in onze familie-app artikelen of nieuwsberichten gedeeld waar ik het grootste deel van de tijd langs scroll. Echter kan ik het op sommige momenten niet laten te reageren en te zeggen wat ik vind, maar dan reageert er meestal niemand. De enkele keer dat er wel iets wordt gezegd ontstaat er veelal direct een confrontatie. Dat doet mij zeer, maar dat is wat dat betreft ook altijd wel mijn struggle geweest. Al heel mijn leven probeer ik een vredestichter te zijn, wat een interessante combinatie is met mijn rebelse neiging tot het schoppen tegen heilige huisjes. De meesten zijn tegenwoordig naar mijn weet namelijk niet echt heilig meer, maar corrupt. Ik had deze neiging van jongs af aan al als ik het idee had dat dingen niet deugde, van nature heb ik dus een antiautoritaire reflex. En daarmee heb ik in het verleden helaas wel enorm veel in mijn eigen vingers gesneden. Het duurde even, maar gelukkig heb ik daarvan geleerd. Zo heb ik uiteindelijk de dwang om mensen te willen overtuigen inmiddels losgelaten. Sowieso verspil je alleen maar je energie daarmee, want het werkt averechts.

Voor mij is het daarom nu vooral een hele interessante en fijne ontwikkeling dat ik de afgelopen paar maanden vrijwel alleen maar bezig ben met mijn afstuderen aan de kunstacademie. De wereld gaat ondertussen een beetje aan mij voorbij. En dat voelt helemaal oké want ik zie het––net als vele anderen––als mijn taak om juist een nieuwe wereld te bouwen.

Mijn kunst helpt mij daar mee, want wat dat betreft is mijn werk eigenlijk de enige plek waar ik werkelijk alles kwijt kan. Aan de hand van de dingen die ik heb meegemaakt, maar ook alles wat ik in de tussentijd daar allemaal van heb geleerd, ben ik heel erg benieuwd wat mijn werk bij mensen teweeg zal brengen. Want de dingen die ik aan wil kaarten en wil belichten met mijn kunst zijn niet mild. Zodoende ben ik zowel laaiend enthousiast over waar ik allemaal mee bezig ben, evenals dat ik mijn hart vast houd. Ik voel dat ik door simpelweg helemaal mijzelf te zijn de wereld het meeste zou kunnen bieden. En dus wil ik niets anders dan mijn ware zelf zo veel mogelijk belichamen.

Tegelijkertijd maak ik mij zorgen over de eventuele consequenties, want ik vermoed helaas dat een vredesstichter in tijden van oorlog, vooral als deze oorlog door de meeste mensen niet gezien en dus ontkend wordt, voornamelijk oogt als een onruststoker. Ik bereid mij er nu dus alvast op voor dat ik met mijn kunst als het ware een flinke portie opschep van een gerecht wat de meeste mensen niet willen eten. Ik voel alleen dat ik niet anders kan, ik heb werkelijk niets beters te doen. Ik heb 26 jaar dingen geslikt die niet goed voor mij waren en altijd mijn mond daarover gehouden. Terwijl ik ondertussen diep aan het nadenken was over hoe het anders kon, maar ik heb mij nooit eerder geuit over hoe ik werkelijk over onze wereld nadenk. Als kunstenaar zie ik het als mijn plicht om dan eindelijk mijn bevindingen met de wereld te delen.

Om concreet antwoord te geven op je vraag: Nee, eigenlijk krijg ik persoonlijk niet zo veel meer mee van de impact van deze crisis op alle mensen. Ik volg mijn eigen, betrouwbare nieuwsbronnen voor zover ik kan en voor zover dat goed voelt om een beetje op de hoogte te blijven, maar mijn focus ligt totaal niet meer op de buitenwereld. Ik ben bezig iets nieuws te bouwen en dat begint bij mijzelf. Langzaam maar zeker begin ik mijn innerlijke wereld nu naar buiten te vouwen met de intentie om deze te verweven met alles om mij heen.

Het gaat dus vooral interessant voor mij zijn om te zien hoe mijn omgeving hierop zal reageren, om niet de kunstacademie en mijn docenten te noemen. Daar heerst namelijk, vergelijkbaar met onze maatschappij in het algemeen, helaas ook een erg benauwd klimaat.

Dat klinkt spannend! Ben je niet bang voor een negatieve beoordeling?

Ja, ergens wel. Maar ik heb daar vooral in het verleden enorm veel angst voor gehad. Zo was ik eens een essay aan het schrijven en heb ik op een gegeven moment urenlang zitten janken, omdat ik niet wist wat ik met de opdracht aan moest. Als ik zou opschrijven wat ik werkelijk dacht dan voelde het alsof ik het risico moest accepteren om mogelijk van school getrapt te worden. Als ik braaf zou opschrijven wat er min of meer van mij verwacht werd voelde het alsof ik mijn ziel zou verkopen. Uiteindelijk heb ik het essay nooit afgeschreven, noch ingeleverd. Deze moet ik nog herkansen en dat gaat nu gelukkig prima lukken, want ondertussen weet ik wel waar ik over spreek.

Eerst was dat anders. Voor een lange tijd voelde het alsof ik eigenlijk niet op de kunstacademie meer thuishoorde. Tegelijkertijd had ik ook geen idee wat ik anders kon gaan doen, en dus heb ik toen onbewust als het ware maar mijn eigen studie opgezet. Wat mij heel erg heeft geholpen in mijn ontwikkeling is het bestuderen van Oosterse filosofie, vergelijkende godsdienstwetenschappen en psychologie. Die zelfstudie, gepaard met alle twijfel, angst en pijn waar ik mee rond liep heeft er mede voor gezorgd dat ik mijn studie alsmaar voor me uit heb geschoven. Dat was totdat ik zo sterk in mijn schoenen kwam te staan dat ik mij realiseerde dat het niet langer nodig was om bang te zijn voor het oordeel van mijn docenten. Ik ben daar veel te gearticuleerd voor geworden. Bovendien heb ik genoeg emotioneel verwerkt dat ik mij niet zomaar meer over mij heen laat lopen. Sindsdien ben ik binnen mijn studie vrolijk mijn eigen gang aan het gaan. Wat ik maak of doe kan men mooi, lelijk, goed of fout vinden. Dat vind ik allemaal prima. Maar kom mij niet vertellen dat ik niet weet waar ik mee bezig ben, want wat ik doe steekt helder in elkaar; Ik heb mijn huiswerk gedaan.

Zo was het laatst ook wel grappig toen ik een online beoordeling had voor een belangrijk deel van mijn studie. Na mijn presentatie zei één van de docenten in kwestie dat hij mij niet kon beoordelen omdat hij geen aansluiting had met mijn kunst. Hij hield er hele andere ideeën op na over wat kunst is en hoe dat er uit zou moeten zien. En daar bleef het gelukkig bij. In het verleden had dit waarschijnlijk uitgelopen op een conflict, maar ik zat nu rustig achter mijn laptop met een grijns op mijn gezicht, wetende dat als deze docent mij zou laten zakken voor deze beoordeling hij uiteindelijk voor lul zou komen te staan––want mijn ingeleverde document was kristalhelder. Daar bovenop bevestigde deze docent ook nog eens mijn vermoeden:

Sinds ik op de kunstacademie zit ben ik mij heel veel gaan verdiepen in alles wat met religie en spiritualiteit te maken heeft, alles wat relateert aan onze geest. Dit ben ik in mijn kunst gaan verwerken. Voor mij is spiritualiteit de essentie. Echter viel het mij gelijk op dat als ik naar het werk van mijn medestudenten keek, evenals als ik keek naar het werk van mijn docenten of wat je veelal vindt in musea voor hedendaagse kunst, spiritualiteit nergens meer te bekennen is. Dat terwijl kunst en spiritualiteit al duizenden jaren hand in hand met elkaar gaan, van architectuur tot schilderkunst tot beeldhouwen. Denk maar eens aan een kerk of een tempel, daar vind je alles in wat ik net opnoem. Maar blijkbaar was deze docent dat allemaal vergeten, of vond hij dat niet zo belangrijk. Wel was hij slim genoeg niet heel veel meer te zeggen dan dat, want anders had hij met een zwaargewicht wannabe-Boeddhist te maken gehad, en dus hield daar onze meeting op. Vervolgens werd er een afspraak gemaakt voor een nieuw beoordelingsmoment met twee andere docenten en deze zouden mij later vertellen dat ze absoluut geen reden hadden om mij te laten zakken voor dit onderdeel. Ik haalde de beoordeling met vlag en wimpel.

Het harde werken heeft dus zijn vruchten afgeworpen. Zo mag ik over een tijdje voor het eerst mijn plannen voor het afstuderen presenteren.


Merk jij veel van polarisatie in de samenleving?

Ja. Wat ik nu zie gebeuren is helaas iets wat ik heel mijn leven al heb meegemaakt; Ik weet hoe het is om verketterd te worden omdat je ergens een andere mening op nahoudt. Ik weet hoe het is om niet gehoord, niet geloofd, belachelijk gemaakt te worden. Ik weet hoe het is om twee partijen tegenover elkaar te hebben terwijl ze allebei het gevoel hebben dat ze in de woestijn aan het roepen zijn.
Als ik eruit gooi hoe ik werkelijk nadenk over wat deze Corona-situatie inhoudt en hoe ik denk dat de medische wereld, de psychiatrie en de economische wereld in elkaar steekt, vraag ik mij af of ik bij mijn familie nog welkom ben. Dit soort dingen zie je nu bij heel veel mensen gebeuren.
Zo had mijn beste vriend voor de Coronacrisis al problemen met zijn huwelijk door politieke meningsverschillen, maar dat is sindsdien––met alles wat er gaande is––helaas alleen maar erger geworden.

Voor de rest heb ik de afgelopen paar jaar, gedurende mijn kluizenaarschap, als het ware, al die tijd al een hele observerende rol op me genomen en zo voel ik intuïtief altijd wel goed aan wat er allemaal speelt. Maar terwijl ik dit zeg voel ik dat ik eigenlijk weer moet terugkomen op wat ik eerder al zei: Ik houd mij steeds minder bezig met wat er in de buitenwereld afspeelt en focus mij nu vooral wat er binnen in mij allemaal gebeurt. Dat is namelijk de beste plek waaruit je kunt werken om de wereld beter te maken. Ik begrijp ook niet helemaal waarom er zo weinig mensen zijn die deze boodschap verkondigen. Je zou denken dat vooral in de kunsten nu veel op gang zou komen. Zo vind ik het absoluut niet geruststellend dat er maar bar weinig eerlijke en transparante uitingen zijn van kunstenaars over hun visie op wat er nu allemaal speelt. Ik voel dat ik dat anders aan wil pakken. Mijn hele leven werk ik al naar het moment toe dat ik mijn bek opentrek, ik had alleen nooit verwacht dat dingen zo uit zouden pakken. Dat op het moment dat ik hier dan eindelijk klaar voor ben de wereld er zo uit zou zien. Hopelijk zal mijn werk iets goeds teweegbrengen.

Hoe dan ook, er zal een hoop gaan veranderen.

Hoe blijven we met elkaar in verbinding?

Radicale menselijkheid. Wat eigenlijk een paradox is in zichzelf; Er is naar mijn weet niks radicaals aan de essentiële menselijke natuur. De mens is van nature kalm, vergevingsgezind en tolerant. Dat mag worden ingezet. Dat klinkt misschien vreemd om te horen van iemand die vertelt dat hij zo goed als al zijn sociale contacten is verloren. Wie ben ik dan om mensen te vertellen hoe je met elkaar in verbinding kunt blijven? Laat ik zeggen dat als het hier op aankomt je wel het een en ander van mij aan kunt nemen, juist omdat ik op dit gebied in het verleden zo veel fouten heb gemaakt. Het is in mijn leven een groot probleem geweest dat ik bij moeilijke situaties altijd heel intens ben geweest, altijd extreem hard de confrontatie aan ben gegaan. Hier ben ik mij nu veel beter van bewust en dus probeer ik dit niet meer te doen. Het helpt gewoon niet.
Dat is dan ook de reden dat ik met waterige oogjes toe heb gekeken toen ik zag hoe veel mensen op social media in de strijdmodus zaten omtrent alle maatregelen en overige kwesties, langzaam maar zeker zie je mensen opbranden. Maar er is niet echt iets wat je kunt doen. Aan de ene kant voelde ik mij enigszins schuldig omdat ik zelf helemaal niets deed––gezien de toestand waar ik in verkeerde kon ik niets (ik heb het nu over de periode dat ik suïcidaal was)––en anderzijds was ik verdrietig om te zien dat men überhaupt aan het strijden was.

Deze situatie functioneerde voor mij als een spiegel. Ik zag mensen die met toestemming van hun eigen vrije wil kapot werden gemaakt, want de meesten deden bewust wat ze deden voor ‘de vrijheid’, ‘de liefde’ of ‘het algemeen belang’ en waren bereid om de consequenties te accepteren––of ze nou op het malieveld stonden in Den Haag of zich uitte op social media. Dat lijkt misschien heel nobel, en misschien heeft zo’n actie voor sommigen terecht gevoeld als een heldendaad, maar ik houd er over het algemeen gemengde gevoelens aan over. Er is naar mijns inziens niets nobels aan onnodig afgetuigd of afgebekt te worden.

‘’Criticize by creating’’, zou ik eerder willen zeggen. Die heb ik gestolen van Michelangelo. Iedereen kan met een kartonnen bordje naar buiten en schreeuwen naar de buitenwereld dat alles kut is. Dat helpt niet. In veel gevallen maak je dingen alleen maar erger. Bied in plaats daarvan een oplossing. Of nog beter: belichaam die oplossing, creëer hem zelf. Laat de wereld hoogstpersoonlijk zien dat het ook anders kan. Wees een voorbeeld.

Makkelijker gezegd dan gedaan, natuurlijk. Maar ik geloof dat iedereen dit stiekem diep van binnen eigenlijk allemaal al weet. Dat we stiekem al weten dat dit in feite het enige, het beste is wat je kunt doen. Daar vechten we alleen keihard tegen. Want het beste doen is eng, dat is namelijk het aller moeilijkst. Het is veel makkelijker om te klagen, de verantwoordelijkheid zelf niet op je te nemen, te zeggen dat de staat van de wereld vooral niet jouw schuld is maar vooral die van een ander. En zo komt het dat de wereld rustig doordraait, met een paar miljard hele boze, onrustige mensen, die tand om tand en oog om oog intens strijden voor hun gelijk.

En vergis je niet, dit zijn niet de woorden van een oude wijze man, eerder een jonge knul die keihard met zijn neus op de feiten is gedrukt. Want deze intensiteit heb ik helaas zelf ook gekend. Dit kwam naar mijn idee weliswaar altijd vanuit de behoefte om dingen oprecht goed te willen maken en in goede banen te willen leiden, maar het is een verdrietige en eenzame constatering dat dit er uiteindelijk wel voor gezorgd heeft dat ik een hoop mensen niet meer zie.
Nu ik wat meer tot rust ben gekomen weet ik dat het niet nodig is om altijd zo fanatiek te zijn, zo intens te strijden. Die intensiteit en dat fanatisme kan ik op dit moment niet anders noemen dan traumatische verkramping. Dat heb ik inmiddels vervangen met radicale menselijkheid.

Voor wat het waard is, uiteraard blijf ik erbij dat het algemeen geaccepteerde Corona-narratief niet klopt, maar ik heb er niets aan om constant mensen daarvan proberen te overtuigen, ik kan mij beter focussen op de kwaliteit van mijn eigen leven. Bovendien is het verstandig om niet te vergeten dat de mensen die het hardst terug zouden willen krijsen dat alles wel klopt en het hardst andersdenkenden de kop in zouden willen drukken, dat waarschijnlijk (onbewust) doen met een reden. Die hebben namelijk de meeste angst, denk ik, en voelen logischerwijs daarom ook zoveel weerstand. Daar mag je in reactie daarop dus ook de meeste compassie voor voelen. Maar dit is niet iets wat je iemand kunt leren te doen. Het moet echt bij iemand zelf van binnenuit komen.

Zodoende heb ik eigenlijk niet echt advies voor het creëren van meer verbinding. Er is geen techniek of methode om iemand op dat punt te brengen, of je moet het klooster in willen, maar de moderne mens heeft daar allemaal geen tijd meer voor. Het is daarom denk ik de aller moeilijkste kunst om nu, in al deze chaos, de rust in jezelf te vinden en zodanig tot acceptatie te komen (van jezelf, de ander en alle omstandigheden op deze mooie vreemde wereld), dat je van daaruit op een rustige manier met je medemens weet om te gaan.
Als ik bijvoorbeeld iemand zou treffen op straat die overal in de rondte schreeuwt dat Willem Engel voor altijd opgesloten zou moeten blijven, dan rest mij denk ik niets anders dan die persoon zo rustig mogelijk te benaderen en met een vriendelijke blik te zeggen: ‘’Er is veel aan de hand, hè? Hoe gaat het met je in deze rare tijd?’’

Op die wijze kun je mensen ontwapenen, door ze even werkelijk te ontmoeten, door dat verhaal waar iedereen constant mee dood wordt gegooid even op pauze te drukken. Zodoende denk ik ook dat we niet ‘op zoek moeten gaan naar manieren om met elkaar te verbinden.’ Klinkt voor mij een beetje als abstract gezwets. Je moet het gewoon doen. Ga dus niet op zoek naar manieren om verbinding te maken, maar maak verbinding. Daar is niet heel veel voor nodig, noch hoeven we ons zorgen te maken dat we snel verbinding moeten maken, want wij kunnen dit alleen doen door middel van de liefde. En de liefde laat zich niet haasten, want ze is er altijd.

Sven Hulleman zei ook een aantal mooie dingen over vrede, liefde en verbinding in mijn favoriete aflevering van zijn podcast ‘Een Oorlog Reeds Verloren’ (aflevering #2.14, getiteld: #Stopdemachine), daarin rookt hij een sigaar en mediteert hij op het feit dat Native Americans tabak zagen als een heilzaam kruid, onder andere om de vrede mee te stichten. En zo zegt hij:

‘’Zolang er vredespijpen gerookt kunnen worden, of een sigaar, is er nog altijd ruimte voor gesprek.’’

Ik hoop dat wat er ook nog allemaal gaat gebeuren, ongeacht welke staat wij ons in zullen bevinden, dat we nog altijd met elkaar in gesprek kunnen blijven gaan. Dat we de mens, de ander, altijd los kunnen blijven zien van alles wat er speelt in de wereld, of die ander in ieder geval op een vriendelijke manier toe kunnen treden.


Lukt het jou iedereen zo te benaderen?

Ja. Althans, dit probeer ik wel. Maar het is ook belangrijk om te onthouden dat er iets bestaat wat men psychopathie noemt. Noem me zweverig, maar als je het mij vraagt is liefde altijd het beste medicijn. Echter mag je daar wat psychopathie betreft wel een beetje mee oppassen. Liefde geven aan een psychopaat kan lijken op een soort exorcisme. Als je tegen een psychopaat zegt: ik hou van je en ik vergeef je, wellicht roept dat dan zo’n innerlijk conflict en weerstand bij die persoon op dat ‘ie jou vervolgens iets aan wil doen. Over het algemeen zou ik mensen adviseren zo vriendelijk mogelijk te zijn en de ander zo veel mogelijk ruimte te geven, maar helaas leven we in een wereld waar niet iedereen zit te wachten op je vriendelijkheid, en dat er zelfs sommige mensen op uit zijn om daar ernstig misbruik van te maken.

Ik zie de huidige situatie in de wereld daarom een beetje alsof er een doorgedraaide gek met een machinegeweer de gehele mensheid onder schot houdt. Die gek is zowel een gevaar voor zichzelf als ieder ander. In zo’n situatie kun je het beste heel rustig blijven. Maak een onverwachte beweging waar deze psychopaat bang van wordt en dus van schrikt, en hij schiet. Het is de kunst om steeds dichterbij te komen terwijl je deze persoon geruststelt. Als je vervolgens het geweer langzaam naar beneden kunt laten zakken en de acute dreiging verdwenen is dan kun je zonder al te veel risico ingrijpen. Aan de hand van dit voorbeeld denk ik dat het dan helaas wel degelijk nodig is om de persoon in kwestie in de boeien te slaan. Helaas is niet iedereen in staat om in harmonie met zijn medemens te leven. Dit feit betreurt mij, want ik zou graag iedereen mijn vriend willen noemen.

Wees dus vriendelijk, zou ik zeggen. Maar probeer zo veel mogelijk gevaarlijke situaties te vermijden.


Je zei dat strijden niet werkt, maar denk je niet dat ieder zijn rol heeft in dit leven en dat er ook mensen nodig zijn die wel strijden?

Zeker, begrijp me niet verkeerd. Ik heb zelf ook nog het een en ander te doen, voor mijn gevoel breng ik met mijn afstudeerproject over een tijdje als het ware ook een spirituele bom tot ontploffing. Het is alleen belangrijk om in alles wat je doet in de wereld zo veel mogelijk bij jezelf te blijven. En dus, tuurlijk moeten mensen strijden voor wat ze belangrijk vinden. Maar blijf wel bij jezelf peilen wat jouw eigen strijd eigenlijk is en wat die inhoudt. Misschien is die helemaal niet op Instagram, Facebook, of het malieveld. Zodoende zijn er in het verleden waarschijnlijk ook een hele boel mensen onnodig gestorven omdat ze nog niet gerealiseerd hadden dat ze deelnamen aan een oorlog die eigenlijk niet van hen was. Blijf dus voelen wat van jou is en wat niet. Ik schat de kans groot in dat het bijna niemands zielsmissie is om buiten te gaan protesteren, of te knokken op social media. Waarschijnlijk heb je iets beters te doen.

Maar, ja, tegelijkertijd lopen dingen nou eenmaal zoals ze moeten lopen. En wellicht is het daarom voor heel veel mensen de bedoeling dat ze gaan strijden zodat ze er zelf achter komen dat dat niet de bedoeling is. Lekker paradoxaal klinkt dat, maar ik ben nou eenmaal van de Zen-Boeddhistische school, wat ook vrij veel gemeen heeft met de ‘’Niet-lullen-maar-poetsen’’ filosofie van Rotterdam.

Gewoon doen wat je moet doen, dus. En leer daar vervolgens van. Volgens de Zen-traditie verander je namelijk niet zo snel in een Boeddha door een beetje heilig te gaan zitten doen, maar eerder door gewoon je aardappels te schillen. Wellicht voel je na genoeg aardappels vanzelf dat je opeens op een wolkje zweeft, of als je dan eindelijk vindt dat je jezelf genoeg pijn hebt gedaan door constant in de strijdmodus te zitten. Uit die traumatische verkramping gaan voelt namelijk als verlichting.

Zo vind ik het ook heel vet om te zien dat er een heel hoop mensen zijn die in de beginfase van de Coronacrisis zijn opgestaan, langzaam maar zeker dezelfde conclusies trekken. Noem een Jorn Luka of Isa Kriens, zij bewegen zich nu steeds meer richting het loslaten en de verzachting. Ik zie hen en vele anderen als de spirituele veteranen van deze tijd.

Zelf moet ik nog pas beginnen en dus leef ik voor mijn gevoel nu vooral toe naar mijn coming-out als rebelse kunstenaar, maar ik ben zo verschrikkelijk blij dat ik bij mensen heb mogen afkijken en nu dit allemaal mag ondernemen vanuit rust. Dat voelt heel fijn, in tegenstelling tot mijn verwachting dat er een heel hoop mensen een flinke klap van mijn werk zullen krijgen. Hopelijk zet het ze aan het denken en realiseert men dat ik wellicht nog niet zo gek ben, maar de wereld daarentegen…

Hoe dan ook, het is een zeer complexe kwestie, maar in essentie is strijden dus zeker nodig. En het is vooral nodig dat grote aantallen mensen dit doen. Een enkel individu zal ons niet uit deze crisis redden. De wereld is niet aan het wachten op een nieuwe Messias.

De recent overleden Zen-meester, Thich Nhat Hanh, zei dan ook dat onze wereld van nu veranderd zal worden in groepsverband. Niet door een enkel individu maar door mensen die massaal met elkaar samenwerken, dus.
Zodoende hoop ik dat er na deze eerste paar golven van strijders in deze spirituele oorlog er nog velen mogen komen, iedereen die uiteindelijk van dit strijdveld afkomt vangen we op. Die zijn er dan helemaal rijp voor om de vrede in zichzelf te vinden.

En tja, noem me maar een hippie, vind ik niet erg want dat ben ik ook. Peace, love and understanding is the only way out. Het is alleen wel heel erg belangrijk om je te beseffen dat vrede, liefde en begrip niet alleen gaat over regenbogen en zonnestralen. Daar komt heel veel meer bij kijken.


Heb je tot slot nog een quote, motto of wijsheid die je zou willen delen?

“Zorg voor jezelf, zorg voor de ander, en voor het geheel. In die volgorde en in de juiste onderlinge balans.” – Marcus Aurelius

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *